• Ik weet niet wat het eerste was: het beeld of de tuin. Ik denk dat het anders is: beeld en tuin. In ieder geval doet de tuin het beeld zo goed, dat ik niet zonder kan.
  • En dan is er nog al dat wild, dat uit het weidse achterland de tuin bezoekt. Vogeltjes en vlindertjes vooral. Die geef ik een beeld voor wat vastigheid, bij het raam. Dan showen ze hun schoonheid, speciaal voor mij.
  • Soms vliegen brutaaltjes binnen, als de schuifpui open staat. Ik pauzeer en laat ze het nieuwe beeld zien. Tevreden fladderen en dwarrelen ze terug, de tuin is toch hun werkomgeving.